woensdag 12 februari 2014
Ondernemer op een pachtbedrijf - 1959 - 2014
Roelof Steenbeek
30 augustus 1959 - 11 februari 2014
Een man met hart voor zijn Schepper
Een man met hart voor zijn gezin
Een man met hart voor zijn boerderij
Een man met hart voor zijn Kampereiland
Ondernemer op een pachtbedrijf
woensdag 5 februari 2014
Boeren en Buren: uitdagingen en kansen
Op 4 februari 2014 mocht ik een verhaal presenteren in een TED achtige setting: kort en krachtig, inspirerend en verhelderend. Het onderwerp was helder: landbouw in zijn omgeving en ik ben uitgekomen bij de werelden van boeren en buren, van stad en land. De ringen van Von Thunen komen langs maar nu vanuit een nieuw gezichtspunt.
Het was een mooie bijeenkomst met veel positieve reacties.
De video is terug te kijken via: http://www.youtube.com/watch?v=dhaFMIDtRV8
Het was een mooie bijeenkomst met veel positieve reacties.
De video is terug te kijken via: http://www.youtube.com/watch?v=dhaFMIDtRV8
maandag 16 december 2013
Kerst en nieuwjaarsgroet
Goede, gezegende feestdagen en 2014 gewenst
Aan alle ondernemers op het Kampereiland e.o.,
Aan het einde van 2013 breng ik u samen met deze groet ook graag
op de hoogte van de voortgang van mijn promotiestudie en wat er nog op stapel
staat.
o
De
enquête is erg goed gegaan, er zijn vier duidelijk verschillende groepen
ondernemers, u vindt de beschrijving onder dit bericht op hetzelfde blog
o
Het rapport
over de economie is goed ontvangen door de Pachtersbond en Stadserven, het
is een goede basis voor visievorming
o
Benieuwd hoe ik van enquête naar resultaten
kom? Meer info via deze
link.
Wat gaat er in 2014
gebeuren?
o
Verdiepende interviews met een deel van de
ondernemers en betrokkenen
o
Wat zijn volgens u goede en minder goede manieren
zijn om de ontwikkeling van bedrijven op Kampereiland te ondersteunen
o
Vervolg van het monitoringsonderzoek: samen
met de ABC accountants worden de cijfers van 2013 bestudeerd als vervolg op het
eerste rapport.
Het onderzoek is op deze manier nuttig voor de theorie en de
praktijk. Voor de theorie kant is het de basis voor mijn proefschrift (ik hoop
dat het kerst 2015 klaar is). Voor de praktijk kant is het voor Pachtersbond en
Stadserven waardevolle informatie over de ontwikkeling van Kampereiland. Het is
voor mij een voorrecht om zo het gebied te leren kennen.
Via de volgende pagina kunt u de informatie over het onderzoek
terugvinden:
Met vriendelijke groet en graag tot ziens,
Ron Methorst
4 groepen ondernemers obv visie op mogelijkheden voor inkomen op hun bedrijf
Verschillen tussen ondernemers op
Kampereiland e.o.
79
melkveehouders op Kampereiland e.o. hebben de enquête over de
ontwikkelmogelijkheden ingevuld met als hoofdvraag: Hoe zie jij als ondernemer
voor jouw bedrijf, op jouw locatie en in jouw situatie de mogelijkheden om een
(belangrijk deel van jouw) inkomen te behalen?
Elke
boer heeft voor 15 mogelijkheden aangegeven of hij denkt dat dit voor hem een
optie is. Er blijken 4 groepen boeren te zijn die sterk op elkaar lijken.
Binnen de groepen zijn er ook grote verschillen, maar de verschillen binnen
de groepen zijn kleiner dan de verschillen tussen de groepen.
Groep 1 (29
boeren):
de locatie van het bedrijf is een plek waar ik zoveel mogelijk produceer, de beperkingen die er zijn probeer ik
zoveel mogelijk op te heffen (door aanvoer van voer, techniek etc), de productie
per koe en per ha zijn hoog.
Groep 2 (21 boeren): de locatie
van het bedrijf is een plek waar ik zo goed
mogelijk in evenwicht produceer met de beperkingen die er zijn. Ik beschik
over een hoeveelheid middelen (land, arbeid, vee) en ik probeer vervolgens binnen
die beperkingen zo goed mogelijk te produceren. De voeropbrengst van de
beschikbare grond bepaalt voor een belangrijk deel mijn melkproductie en ik ben
voorzichtig met bijproducten en krachtvoer
Groep 3 (21
boeren):
de locatie van het bedrijf zelf biedt mij, naast het produceren van melk, ook
de mogelijkheid om op een andere manier geld inkomen te verdienen, hierbij
gebruik ik de locatie en de middelen die wij ter plekke hebben (arbeid etc), de
manier van boeren lijkt erg op die van groep 2
Groep 4 (8
boeren):
de locatie is voor mij een plek waar ik woon, de melkproductie gaat
waarschijnlijk stoppen, ik heb dan inkomen uit ‘pensioen’ of andere
activiteiten, de manier van boeren lijkt op groep 2
De
optie ‘volle kracht melkvee’ is voor veel boeren favoriet, ook voor veel boeren
in groep 2 en groep 3. In de tabel is de gemiddelde ontwikkeling gegeven in de
4 groepen tussen 1985 en 2012, op basis van geschatte informatie van de
ondernemers zelf.
Groep 1
|
Groep2
|
Groep 3
|
Groep 4
|
|
n = 29
|
n = 21
|
n= 21
|
n = 8
|
|
Gem ha per
bedrijf 1985
|
30.5
|
27.3
|
29.9
|
26.6
|
Gem ha per
bedrijf 2012
|
53.2
|
39.1
|
51.0
|
33.8
|
Gem koeien
per bedrijf 1985
|
64.6
|
50.4
|
53.9
|
48.8
|
Gem koeien
per bedrijf 2012
|
99.3
|
64.9
|
77.6
|
48.3
|
Gem melk per bedrijf 1985 * 1000 kg
|
440
|
345
|
366
|
335
|
Gem melk per bedrijf 2012 * 1000 kg
|
895
|
540
|
620
|
410
|
Gem %
groei in melkproductie ‘85-‘12
|
134%
|
78%
|
85%
|
28%
|
Gem melkproductie/koe 1985 * 1000 kg
|
6.7
|
6.8
|
6.7
|
6.7
|
Gem melkproductie/koe 2012 * 1000 kg
|
9.0
|
8.3
|
7.5
|
7.2
|
Gem
melkproductie/ha 1985 * 1000 kg
|
14.3
|
12.4
|
12.2
|
12.2
|
Gem
melkproductie/ha 2012 * 1000 kg
|
17.9
|
14.1
|
11.9
|
10.7
|
Ik stop
binnen 15 jaar
|
8
|
8
|
6
|
2
|
Bedrijf gaat zeker door als ik stop
|
17
|
13
|
14
|
3
|
Voor
een beeld hoe dat nu gaat van enquête naar conclusies en meer informatie over
het onderzoek kunt u kijken op http://promotieonderzoekkampereiland.blogspot.nl/2013/11/van-enquete-naar-conclusies-hoe-gaat.html
zaterdag 14 december 2013
Erf 1 vla finalist bij Smaak van NL!
Een welverdiende felicitatie voor familie Bruins van Erf 1, met hun echt bijzonder lekkere vla (vind ik persoonlijk en blijkbaar de jury ook!) hebben zij na voorrondes de finale van Smaak van NL bereikt. Daar zijn ze uitgeroepen tot Regiowinnaar. Voor mij is vooral ook bijzonder om te zien hoe voor deze familie het ondernemen op Kampereiland een hele nieuwe dimensie heeft gekregen en ook hoe mooi het is om weer op nieuwe manieren samen een gezinsbedrijf te zijn, ieder met zijn eigen inbreng. Prachtig!
Via deze link is de uitslag van de wedstrijd nog te zien: http://www.syntens.nl/desmaakvannl/Pages/home.aspx
Via deze link is de uitslag van de wedstrijd nog te zien: http://www.syntens.nl/desmaakvannl/Pages/home.aspx
vrijdag 22 november 2013
Ter info: visie NAJK op sloten en slootranden behheer
Even tussendoor een bericht over sloten en slootranden als onderdeel van een platteland waarin de boer een 'blauwe dienst kan verlenen', dit onderwerp is zeker ook voor Kampereiland belangrijk.
Overigens is de kwaliteit van de sloten op Kampereiland hoog, zelf heb ik hobby in vijvers en waterleven, dus enigzins bekend met plantjes en beestjes :-) en ik heb tijdens de fietstochten en in de kano veel moois gezien in de sloten op Kampereiland en in Mastenbroek. Complimenten daarvoor!
De tekst van die website staat ook hieronder:
Onderbouwing
Aanwezigheid van sloten en slootranden heeft een grote toegevoegde waarde op de biodiversiteit en milieukwaliteit van de Nederlandse waterkundige infrastructuur. Dit is van essentieel belang in een waterrijk land als Nederland. Zoals akkerranden bijdragen aan de biodiversiteit op de kant, zo dragen sloten bij aan de biodiversiteit van de blauwe infrastructuur. Goed en effectief beheer van sloten en slootranden in combinatie met een hierop aangepaste bedrijfsvoering draagt daadwerkelijk bij aan de vergroening van de landbouw. Dit vraagt feitelijk een extra inspanning van de boer.
Sloten en slootranden dienen onderdeel te worden van de ecologische aandachtsgebieden. Erkenning van beheer van sloten en slootranden als blauwe diensten:
- is belangrijk voor het uiterlijk van het historisch Nederlands agrarisch cultuurlandschap;
- heeft een toegevoegde waarde voor ecologische en chemische waterkwaliteit, biodiversiteit en waterbergend vermogen;
- vraagt een extra inspanning van de agrarisch ondernemer voor het uitvoeren van ecologisch beheer van de sloot en slootrand;
- zorgt voor borging van ontwikkeling, behoud en beheer van ecologische waterranden, specifiek voor Nederlandse akkerbouwgebieden zoals Flevoland en Zeeland. In deze regio’s zijn ecologisch waterranden nog niet overal aanwezig, maar worden wel onder leiding van het waterschap gerealiseerd. Voor succesvol beheer en onderhoud zijn waterschappen afhankelijk van de agrarische ondernemers;
- leidt tot draagvlak bij agrarische ondernemers;
- leidt tot draagvlak bij de Europese Unie door aanmerking als potentiële EFA;
- levert een bijdrage aan doelstellingen voor Kaderrichtlijn Water;
- levert een bijdrage aan doelstellingen en realisatie Nationaal Natuur Netwerk;
- levert een bijdrage aan klimaatadaptatie en klimaatmitigatie;
- levert een bijdrage aan de doelstellingen die het GLB bij de vergroening centraal stelt.
In de praktijk komt dit neer op:
1. Sloten en slootranden vormen, net als landschapselementen, het karakteristieke beeld van het landelijk gebied.
2. Aanwezigheid van sloten en slootranden op en rond een agrarische bedrijf vraagt aanpassingen binnen de bedrijfsvoering. Daarnaast vraagt dit fysiek onderhoud en ecologisch beheer. Deze inspanningen resulteren in behoud en verbetering van biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit en de algehele milieuprestaties van het bedrijf. Voorbeelden van deze inspanningen zijn;
- inachtneming van teeltvrije zones;
- gebruik van driftreducerende doppen;
- aangepaste gewasbeschermingsmiddelenkeuze;
- gebruik van kantstrooi-inrichtingen op bemestingsapparatuur.
3. Sloten en slootranden leveren een bijdrage aan de bevordering van de biodiversiteit op het land en in en rond het water. Daarnaast leveren inspanningen een bijdrage aan de bevordering van de chemische en ecologische waterkwaliteit in het water. De zichtbare macrofauna neemt meetbaar toe.
4. Het belang van de extra inspanningen en het beheer van sloten en slootranden ter bevordering van natuur en milieu, wordt onderkend door waterschappen en maatschappelijke organisaties zoals natuurbeschermingsorganisaties.
5. De Europese Unie biedt lidstaten de mogelijkheid te kiezen voor sloten en slootranden als invulling van het ecologische aandachtsgebied. Eenvoud en controleerbaarheid van de opname in het Nederlandse perceelregister kan bereikt worden door opname van een forfaitaire breedtemaat, ongeacht de steilheid van talud, insteek, diepte en breedte van de sloot.
6. In sloten en bij slootranden leven en overwinteren onder andere plaagonderdrukkende insecten. Zij gebruiken dit als uitvalsbasis.
De groene coalitie van Vogelbescherming Nederland, Natuurmonumenten, Landschapsbeheer Nederland, De 12 Landschappen, Milieudefensie en Stichting Natuur & Milieu stellen in hun advies voor de nationale invulling van het GLB dat ‘schoon en ecologisch gezond water een essentiële voorwaarde is voor natuur én economie’.
Waterschappen hebben een belangrijke taak in de realisatie van de doelstellingen die verbonden zijn aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor het behalen van deze doelstellingen zijn sloten en slootranden van onmiskenbaar belang. In Flevoland publiceerde Waterschap Zuiderzeeland recentelijk in nieuwsbrief nr. 3, november 2013;
“In 2012 is het Waterschap Zuiderzeeland begonnen met het versneld aanleggen van duurzame en natuurvriendelijke oevers. Inmiddels heeft het Waterschap Zuiderzeeland vanaf 2012 68,3 kilometer duurzame en natuurvriendelijke oevers aangelegd. Tussen 2012 en 2015 wordt in totaal 184 kilometer van deze oevers gerealiseerd. Duurzame en natuurvriendelijke oevers dragen bij aan de verbetering van de waterkwaliteit in de tochten van Flevoland en hiermee ook aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).”
Het Waterschap stelt in ditzelfde artikel dat onderzoek uitwijst dat de natuurvriendelijke oevers zorgen voor een verbetering van biodiversiteit, waterkwaliteit en waterbergend vermogen.
Het Waterschap stelt daarnaast dat de realisatie, het beheer en succes van de ecologische oevers mede mogelijk wordt gemaakt door de betrokken agrariërs. Uit het artikel blijkt dat voor een verdere verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit het waterschap in sterke mate afhankelijk is van de inspanningen van én draagvlak onder boeren.
Sloten meetellen staat voor vergroening via de bedrijfsvoering. Een duurzame vorm van vergroening die past bij een vooruitstrevend land als Nederland.
Aanwezigheid van sloten en slootranden heeft een grote toegevoegde waarde op de biodiversiteit en milieukwaliteit van de Nederlandse waterkundige infrastructuur. Dit is van essentieel belang in een waterrijk land als Nederland. Zoals akkerranden bijdragen aan de biodiversiteit op de kant, zo dragen sloten bij aan de biodiversiteit van de blauwe infrastructuur. Goed en effectief beheer van sloten en slootranden in combinatie met een hierop aangepaste bedrijfsvoering draagt daadwerkelijk bij aan de vergroening van de landbouw. Dit vraagt feitelijk een extra inspanning van de boer.
Sloten en slootranden dienen onderdeel te worden van de ecologische aandachtsgebieden. Erkenning van beheer van sloten en slootranden als blauwe diensten:
- is belangrijk voor het uiterlijk van het historisch Nederlands agrarisch cultuurlandschap;
- heeft een toegevoegde waarde voor ecologische en chemische waterkwaliteit, biodiversiteit en waterbergend vermogen;
- vraagt een extra inspanning van de agrarisch ondernemer voor het uitvoeren van ecologisch beheer van de sloot en slootrand;
- zorgt voor borging van ontwikkeling, behoud en beheer van ecologische waterranden, specifiek voor Nederlandse akkerbouwgebieden zoals Flevoland en Zeeland. In deze regio’s zijn ecologisch waterranden nog niet overal aanwezig, maar worden wel onder leiding van het waterschap gerealiseerd. Voor succesvol beheer en onderhoud zijn waterschappen afhankelijk van de agrarische ondernemers;
- leidt tot draagvlak bij agrarische ondernemers;
- leidt tot draagvlak bij de Europese Unie door aanmerking als potentiële EFA;
- levert een bijdrage aan doelstellingen voor Kaderrichtlijn Water;
- levert een bijdrage aan doelstellingen en realisatie Nationaal Natuur Netwerk;
- levert een bijdrage aan klimaatadaptatie en klimaatmitigatie;
- levert een bijdrage aan de doelstellingen die het GLB bij de vergroening centraal stelt.
In de praktijk komt dit neer op:
1. Sloten en slootranden vormen, net als landschapselementen, het karakteristieke beeld van het landelijk gebied.
2. Aanwezigheid van sloten en slootranden op en rond een agrarische bedrijf vraagt aanpassingen binnen de bedrijfsvoering. Daarnaast vraagt dit fysiek onderhoud en ecologisch beheer. Deze inspanningen resulteren in behoud en verbetering van biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit en de algehele milieuprestaties van het bedrijf. Voorbeelden van deze inspanningen zijn;
- inachtneming van teeltvrije zones;
- gebruik van driftreducerende doppen;
- aangepaste gewasbeschermingsmiddelenkeuze;
- gebruik van kantstrooi-inrichtingen op bemestingsapparatuur.
3. Sloten en slootranden leveren een bijdrage aan de bevordering van de biodiversiteit op het land en in en rond het water. Daarnaast leveren inspanningen een bijdrage aan de bevordering van de chemische en ecologische waterkwaliteit in het water. De zichtbare macrofauna neemt meetbaar toe.
4. Het belang van de extra inspanningen en het beheer van sloten en slootranden ter bevordering van natuur en milieu, wordt onderkend door waterschappen en maatschappelijke organisaties zoals natuurbeschermingsorganisaties.
5. De Europese Unie biedt lidstaten de mogelijkheid te kiezen voor sloten en slootranden als invulling van het ecologische aandachtsgebied. Eenvoud en controleerbaarheid van de opname in het Nederlandse perceelregister kan bereikt worden door opname van een forfaitaire breedtemaat, ongeacht de steilheid van talud, insteek, diepte en breedte van de sloot.
6. In sloten en bij slootranden leven en overwinteren onder andere plaagonderdrukkende insecten. Zij gebruiken dit als uitvalsbasis.
De groene coalitie van Vogelbescherming Nederland, Natuurmonumenten, Landschapsbeheer Nederland, De 12 Landschappen, Milieudefensie en Stichting Natuur & Milieu stellen in hun advies voor de nationale invulling van het GLB dat ‘schoon en ecologisch gezond water een essentiële voorwaarde is voor natuur én economie’.
Waterschappen hebben een belangrijke taak in de realisatie van de doelstellingen die verbonden zijn aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor het behalen van deze doelstellingen zijn sloten en slootranden van onmiskenbaar belang. In Flevoland publiceerde Waterschap Zuiderzeeland recentelijk in nieuwsbrief nr. 3, november 2013;
“In 2012 is het Waterschap Zuiderzeeland begonnen met het versneld aanleggen van duurzame en natuurvriendelijke oevers. Inmiddels heeft het Waterschap Zuiderzeeland vanaf 2012 68,3 kilometer duurzame en natuurvriendelijke oevers aangelegd. Tussen 2012 en 2015 wordt in totaal 184 kilometer van deze oevers gerealiseerd. Duurzame en natuurvriendelijke oevers dragen bij aan de verbetering van de waterkwaliteit in de tochten van Flevoland en hiermee ook aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).”
Het Waterschap stelt in ditzelfde artikel dat onderzoek uitwijst dat de natuurvriendelijke oevers zorgen voor een verbetering van biodiversiteit, waterkwaliteit en waterbergend vermogen.
Het Waterschap stelt daarnaast dat de realisatie, het beheer en succes van de ecologische oevers mede mogelijk wordt gemaakt door de betrokken agrariërs. Uit het artikel blijkt dat voor een verdere verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit het waterschap in sterke mate afhankelijk is van de inspanningen van én draagvlak onder boeren.
Sloten meetellen staat voor vergroening via de bedrijfsvoering. Een duurzame vorm van vergroening die past bij een vooruitstrevend land als Nederland.
Van enquête naar conclusies: hoe gaat dat eigenlijk?
Het
is nu november 2013, dus alweer ruim een half jaar nadat u de enquête hebt
ingevuld. Wat gebeurt er in de tussentijd eigenlijk? Hoe haalt ‘die onderzoeker’
nu resultaten uit een enquête? Waarom duurt het zo lang?
Goede
vragen, hieronder een overzicht met de ‘reis van enquête naar conclusies’
De gegevens
De
enquête levert een grote set gegevens op: van 79 ondernemers de antwoorden op
ruim 100 vragen: dat is dus een vel met 79 rijen onder elkaar en op elke rij
ruim 100 keer een hokje met een cijfer. Een cijfer is daarbij dan een code voor
een van de antwoord mogelijkheden. Maar dan, wat gebeurt er dan?
Allereerst
de vraag zijn er voldoende gegevens? Het antwoord is ja, dankzij de grote
deelname van 80%. Een ongekend hoge deelname, ontzettend bedankt
Computerprogramma SPSS
Gelukkig
zijn er goede computer programma’s om die gegevens te analyseren, ik gebruik
daarvoor het programma SPSS (statistisch programma voor de sociale
wetenschappen). Dat programma kan heel snel heel veel berekeningen doen en is
daarom ontzettend handig. Tegelijk is het op zichzelf een heel ‘dom’ programma:
het kan wel aangeven dat er een verband is tussen de antwoorden op twee vragen,
maar hij kan niet zeggen waarom dat zo is en of het een het ander verklaard. Dat
moet de onderzoeker interpreteren. (het beroemde voorbeeld van het aantal
ooievaars en aantal geboortes van kinderen: het kan best op hetzelfde moment
toenemen, maar of het een het ander verklaard is daarmee niet bewezen J).
Gegevens controleren en
eerste overzicht
Hiermee
kan ik snel overzicht krijgen en een eerste controle doen
Stap
1: de gegevens inlezen en de
codes invoeren (wat betekent een cijfer)
Stap 2: zijn er bijzonderheden in de gegevens
(bijv ontbrekende gegevens) en is dit oplosbaar
Dan
heb ik een data set die de basis vormt voor al het verdere werk. Hiermee kan ik
een eerste snelle overzicht maken van de antwoorden:
Stap 3: Bij elke antwoordmogelijkheid in de enquête
het percentage van de ondernemers vermelden dat dit antwoord gekozen heeft
Hiermee kan ik snel een overzicht geven voor
alle betrokkenen
Dit document is verspreid naar deelnemers en
betrokkenen (het is ook via deze link
te vinden)
Gelukkig lijkt het erop dat de antwoorden ‘serieus’
gegeven zijn: de antwoorden zijn niet zomaar willekeurig aangekruist J
Zijn er ondernemers die ‘op elkaar lijken’?
Nu volgt het ‘echte werk’: wat zijn nu de verbanden tussen de
antwoorden, zijn er groepen die op elkaar lijken bijvoorbeeld?
Stap 3: 79 boeren hebben gezegd wat zij als
mogelijkheden zien voor hun bedrijf om een inkomen te halen. Ik vraag nu aan SPSS
of er binnen die 79 ondernemers groepen zijn die op elkaar lijken wat betreft
hun antwoorden.
Dit blijken 4 groepen te zijn, het mooie voor mij was dat ik die
groepen ook in het echt kon herkennen, dat is ook een teken dat de analyse betrouwbaar
is en dat de enquête betrouwbaar is.
Stap 4: Bepalen waar die groepen dan in
verschillen. Dit kan ik doen door te kijken op welke vragen deze ondernemers
hoog of juist laag scoren. Zo kan ik een naam geven aan die groep.
Zijn er ook andere verschillen tussen de groepen?
Dan volgt de volgende grote klus: zijn er nu in de nadere vragen
van de enquête ook verschillen te vinden tussen de groepen? Met andere woorden:
Nu volgt het ‘echte werk’: wat zijn nu de verbanden tussen de antwoorden op
alle andere vragen en de 4 groepen. Hierbij zijn er vragen gesteld over veel
verschillende onderwerpen: netwerk, huidige locatie, ontwikkelingen in de
omgeving, de relatie tussen stad en platteland etc.
Stap 5: selecteren welke vragen ‘goed werken’.
Niet elke vraag blijkt ook zo begrepen te worden als je denkt bij het maken van
de vraag. Ook is niet elke vraag onderscheidend genoeg, dat wil zeggen dat een
hoge of lage score ook betekent dat iemand het ook echt anders ziet. SPSS kan
hier berekeningen over uitvoeren en dan blijft er per onderwerp een aantal
vragen over die aantoonbaar onderscheid maken tussen de ondernemers.
Stap 6: SPSS laten rekenen om te kijken of
er verbanden zijn tussen de onderdelen en de 4 groepen. Hiermee kan ik kijken
wat het verschil in beeld over de toekomst zou kunnen verklaren.
Waar ben ik nu mee bezig?
Stap 3 en 4 zijn gezet, daar komen dus inderdaad 4 groepen uit die
op een verschillende manier naar hun locatie kijken. Ik ben nu bezig om dat op
te schrijven in ‘moeilijk Engels’ om het in een wetenschappelijk tijdschrift te
kunnen publiceren.
Stap 4 en 5 wordt aan gewerkt, ik ben al ver, maar er zijn nog een
paar hobbels te nemen voordat dat ‘klaar’ is.
En dan de
hamvraag: waarom duurt het zo lang?
Ik kan mij tenminste goed voorstellen dat u die vraag heeft. Soms
heb ik hem zelf ook…
Een belangrijke reden is dat ik het deeltijd doe: naast het
onderzoek is er ook onderwijs en andere projecten. Het allerbelangrijkst echter
is dat het voor mij een opleiding is, ik doe dit voor het eerst en alles wat je
voor het eerst doet duurt nu eenmaal langer.
Gelukkig wordt ik goed begeleid, zodat de kwaliteit van de analyse
echt wel gegarandeerd is. Maar het gaat wel langzaam. Vooral ook omdat ik het
ook zelf moet begrijpen wat er nu eigenlijk uit komt, en dat vraagt soms meer
tijd dan ik dacht. Wat zijn nu echt de verschillen tussen de groepen? Wat kan
ik daaruit interpreteren? Hoe weet ik dat eigenlijk zeker? Dat soort vragen…
Soms denk ik als ik klaar ben met een onderdeel: hm, als ik toen
wist wat ik nu weet had ik het ook in de
helft van de tijd kunnen doen…
Dat is natuurlijk zo met alle dingen die je al lerende doet, dus
zie ik het maar als bewijs dat ik iets geleerd heb!
Abonneren op:
Posts (Atom)